Een tijdje geleden waren er een paar oud-collega's van Kaatje bij de Sluis op bezoek. Het gekke is dat het feit dat we elkaar al 15 jaar niet hebben gezien, als sneeuw voor de zon wegsmelt aan de dis bij restaurant Wannee te Leeuwarden.
Het kan ook niet anders dan dat er dan anekdotes worden verteld...
Vroeger mocht er gerookt worden in een horecagelegenheid. Misschien is dat voor sommigen niet voor te stellen, maar soms rookte er iemand op tafel twee een pijp met karamel smaak naast tafel drie die net de een Baron de L' had open staan...*. De gastheer of -vrouw hoeft nu niet meer te sussen bij gasten die het rookgedrag van een aanlengende tafel niet zo waarderen. Ook de Hans Kazan wisseltruc met de asbak omgekeerd op de vieze asbak is niet meer in de taakomschrijving van de bediening. "Weet je nog dat de gasten vaak om de humidor vroegen? " Ja, dat weet ik nog wel. Ook die ene keer dat er gevraagd werd om een lekkere sigaar. Ik had mijn huiswerk goed geleerd in die tijd want ik vroeg keurig aan de gast of hij zat te denken aan een sigaar uit de droge of uit de natte doos. Ik moet er even bij vertellen dat deze situatie zich afspeelde ver voor de Monica Lewinski affaire met e gevleugelde zin van Clinton: "I did not had a sexual relationship with that woman!"
De gast wist niets van Havana's en Sumatra's, maar hij keek mij echter wel vreemd aan. Uiteindelijk bestelde hij op aanraden van zijn vrouw een sigaar uit de natte doos.
'Dan die ene gast die over je schoenen kotste...' Ja, dat vergeet ik ook niet meer... Vrijdagavond ergens in November 1990 stond er een partij gereserveerd boven bij Kaatje. 25 pax. De gastheer had allerlei topwijnen meegenomen die ze aan tafel wilden consumeren. Na het aanslaan van het kurkengeld en het goed laten verlopen van de avond, wilde de gastheer eerder 'naar de overkant' dan de rest van de gasten. "Drukke werkweek" mompelde hij. " Een beetje misselijk". Ik leidde de gast naar de voordeur en voordat ik het in de gaten had hoorde ik een diep keelgeluid met een strakke straal 7 gangenoverblijfsels richting exit. Snel duwde ik zijn gezicht, bedeesd maar resoluut, richting reling van de sluis. Ik kon voorkomen dat de gepocheerde oesters met ganzenlever net niet op het tapijt kwamen in het halletje, maar net wel op mijn gevlochten blauwe mocassins. De andere ochtend, na zijn 10 gangenontbijt, kwam hij schuldbewust vragen of hij nog iets moest vergoeden... Ik zei natuurlijk dat dat natuurlijk niet nodig was en dat ik de cocktailprikkers goed gebruikt had die avond om de blauwe reepjes kalfsleer weer vrij te krabben van de culinaire snippers van de gerechten.
De man tijdens de lunch op tafel twee spande de kroon. Hij dacht dat het geoorloofd was om aan het achterwerk te zitten van de bediening. Mijn achterwerk! Toen ik de Pouilly Fuisse * had ingeschonken, en ik de man als laatste nog had bijgeschonken voelde ik een stevig klopje op mijn donkerblauwe kokerrok. De man vond het leuk blijkbaar om even aan de stof te voelen met zijn volle binnenkant van zijn rechterhand, maar ik bedacht mij niet en pakte in een reflex zijn pols vast.
Het enige wat ik zeer discreet, bijna fluisterend, zei met mijn ogen en mond; "lijkt me geen goed idee". Gelijk zorgend dat de rest van de gasten geen last hadden van mijn kleine berisping.
De man leerde binnen seconden wat Mutual respect was!
Na het nuttigen van de laatste espresso had ik weer de bevestiging dat het werken in de horeca toch echt het leukste is wat er is!
Naast wijnjuf zijn dan natuurlijk.
Het kan ook niet anders dan dat er dan anekdotes worden verteld...
Vroeger mocht er gerookt worden in een horecagelegenheid. Misschien is dat voor sommigen niet voor te stellen, maar soms rookte er iemand op tafel twee een pijp met karamel smaak naast tafel drie die net de een Baron de L' had open staan...*. De gastheer of -vrouw hoeft nu niet meer te sussen bij gasten die het rookgedrag van een aanlengende tafel niet zo waarderen. Ook de Hans Kazan wisseltruc met de asbak omgekeerd op de vieze asbak is niet meer in de taakomschrijving van de bediening. "Weet je nog dat de gasten vaak om de humidor vroegen? " Ja, dat weet ik nog wel. Ook die ene keer dat er gevraagd werd om een lekkere sigaar. Ik had mijn huiswerk goed geleerd in die tijd want ik vroeg keurig aan de gast of hij zat te denken aan een sigaar uit de droge of uit de natte doos. Ik moet er even bij vertellen dat deze situatie zich afspeelde ver voor de Monica Lewinski affaire met e gevleugelde zin van Clinton: "I did not had a sexual relationship with that woman!"
De gast wist niets van Havana's en Sumatra's, maar hij keek mij echter wel vreemd aan. Uiteindelijk bestelde hij op aanraden van zijn vrouw een sigaar uit de natte doos.
'Dan die ene gast die over je schoenen kotste...' Ja, dat vergeet ik ook niet meer... Vrijdagavond ergens in November 1990 stond er een partij gereserveerd boven bij Kaatje. 25 pax. De gastheer had allerlei topwijnen meegenomen die ze aan tafel wilden consumeren. Na het aanslaan van het kurkengeld en het goed laten verlopen van de avond, wilde de gastheer eerder 'naar de overkant' dan de rest van de gasten. "Drukke werkweek" mompelde hij. " Een beetje misselijk". Ik leidde de gast naar de voordeur en voordat ik het in de gaten had hoorde ik een diep keelgeluid met een strakke straal 7 gangenoverblijfsels richting exit. Snel duwde ik zijn gezicht, bedeesd maar resoluut, richting reling van de sluis. Ik kon voorkomen dat de gepocheerde oesters met ganzenlever net niet op het tapijt kwamen in het halletje, maar net wel op mijn gevlochten blauwe mocassins. De andere ochtend, na zijn 10 gangenontbijt, kwam hij schuldbewust vragen of hij nog iets moest vergoeden... Ik zei natuurlijk dat dat natuurlijk niet nodig was en dat ik de cocktailprikkers goed gebruikt had die avond om de blauwe reepjes kalfsleer weer vrij te krabben van de culinaire snippers van de gerechten.
De man tijdens de lunch op tafel twee spande de kroon. Hij dacht dat het geoorloofd was om aan het achterwerk te zitten van de bediening. Mijn achterwerk! Toen ik de Pouilly Fuisse * had ingeschonken, en ik de man als laatste nog had bijgeschonken voelde ik een stevig klopje op mijn donkerblauwe kokerrok. De man vond het leuk blijkbaar om even aan de stof te voelen met zijn volle binnenkant van zijn rechterhand, maar ik bedacht mij niet en pakte in een reflex zijn pols vast.
Het enige wat ik zeer discreet, bijna fluisterend, zei met mijn ogen en mond; "lijkt me geen goed idee". Gelijk zorgend dat de rest van de gasten geen last hadden van mijn kleine berisping.
De man leerde binnen seconden wat Mutual respect was!
Na het nuttigen van de laatste espresso had ik weer de bevestiging dat het werken in de horeca toch echt het leukste is wat er is!
Naast wijnjuf zijn dan natuurlijk.

Reacties
Een reactie posten